Paniek op de Voorst?!
Dinsdag 24 november, 13.00 uur. Paniek op de Voorst? Nee hoor, de colone brandweerauto's die het terrein van onze zweefliegclub komen oprijden waren vooraf aangekondigd. Het gaat om een oefening voor de leidingevenden tijdens een calamiteit. Officieren van de gezamenlijke brandweerkorpsen Noordoostpolder en Flevopolders in de rol van officier van dienst oefenen (mogelijke) calamiteiten in een min of meer realistische omgeving. 's-Ochtends waren 1 dame en een 10 tal heren te gast geweest bij het NLR, de middag dus bij ons op vliegveld de Voorst. Er zou een brand zijn ontstaan in de nieuwe hangaar, waarbij ook een ontploffing was waargenomen. Mogelijk een gasfles in een van de tijdens het winterseizoen gestalde caravans. Tot overmaat van ramp was één van de spuitgasten een lid van onze club, wiens vliegtuig ook in die hangaar gestald was. Bezorgd om zijn kostbare kist was hij de hangaar binnengegaan om zijn troetelkind uit de vuurzee te redden. Teken voor de bevelvoerder om de noodprocedure redding eigen personeel in gang te zetten. Echter kwam al snel de melding dat de vuurzee dermate heet was, dat een reddingspoging onmogelijk bleek. De voor de noodprocedure opgeroepen versterking was noodzakelijk om de ploeg te vervangen die aangedaan was door het verlies van hun kameraad. Een prima beslissing van de bevelvoerder, aldus Hugo Tempelman, die als oefenmeester en bedenker van het scenario optrad.
In de kantine stond de koffiepot klaar om het gezelschap even bij te laten komen. Tijdens de evaluatie konden wij van de gelegenheid gebruik maken om wat meer informatie te verstrekken over onze geliefde bezigheid, het zweefvliegen...
Het tweede scenario, een vliegtuigcrash, bleek voor de hulpverleners een makkie. Het destijds door Kor Sneller in elkaar gedraaid Noodplan ZCNOP oogste bewondering van de brandweerlieden. Door de in het noodplan beschreven procedures nauwgezet te volgen (ik had het voor de oefening nog eens goed bestudeerd... en dat bleek waardevol) was door de DDI c.q. startofficier eigenlijk alles gedaan wat noodzakelijk was, voordat de hulpverleners aankwamen. Het enige waar mogelijk nog enige zorg over bestond was het vrijkomen van "gevaarlijk" stof bij het uitzagen van de ingeklemde bemanning. RTvT en KLPD waren reeds gealarmeerd door de leidinggevende ZCNOPer. Door de beschreven procedures te delegeren en terugmelding te vragen, konden hulpverleners zonder problemen en zonder gehinderd te worden door toeschouwers het wrak bereiken. Natuurlijk, ik had mijn lesje geleerd en in de gesimuleerde omgeving deden alle (denkbeeldig) aanwezige clubleden precies datgeen wat van hen werd verlangd.
Al met al een leerzame middag, zowel voor hulpverleners als voor ons. Welke les heb ik geleerd? Als er eenmaal brand ontstaat in een hangaar zal de temperatuur door het brandend kunststof zo extreem hoog worden, dat elke poging tot het redden van materiaal c.q. pogingen om met handblussers de brand te bestrijden tot een absolute mislukking gedoemd zijn. Waar wij ons in een noodsituatie mee bezig moeten houden is de zorg voor de aanwezige mensen. Hou ze bij de vuurhaard vandaan en maak de weg vrij zodat de hulpdiensten maatregelen kunnen nemen tot behoud van b.v. de andere hangaar. Naar inschatting van de deskundigen zal de staalconstructie van de nieuwe hangaar bezweken zijn voordat een brandspuit uit Marknesse, Vollenhoven of Ens ook maar in de buurt van De Voorst kan komen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!!!
De tweede waardevolle les: Doordat ik het noodplan ZCNOP er voorafnog eens op nageslagen had, wist ik vrij nauwkeurig wat mij in de rol van leidingevende (of dit nu de DDI of de startofficier is maakt helemaal niet uit) te doen stond. Dit oogste dus bewondering bij de professionals, waarmee ik elke ZCNOPer een hart onder de riem wil steken om het ZCNOP Noodplan gedurende de winter nog eens door te nemen. Waardevol als de echte nood aan de man komt!!!!
| < Vorige |
|---|


